HomeInternationale samenwerking › Wat geeft Nederland
 

Internationale samenwerking

Wat geeft Nederland?

Rijke landen hebben sinds eind jaren ’60 van de vorige eeuw herhaaldelijk afgesproken minimaal 0,7% van hun Bruto Nationaal Product (BNP) aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Desondanks zijn er nog maar weinig landen die zich aan deze afspraken hebben gehouden (zie hieronder ‘Wat geven andere landen?’).

Met een budget van 0,8% van het BNP is de Nederlandse overheid internationaal gezien behoorlijk gul. Ook de Nederlandse bevolking geeft veel geld aan ontwikkelingsorganisaties. Een andere belangrijke geldstroom vanuit Nederland bestaat uit geldovermakingen van migranten naar hun land van herkomst.

Budget overheid
In 2009 besteedde de Nederlandse overheid 4,7 miljard euro aan ontwikkelingssamenwerking. Het budget voor 2010 is eveneens 4,7 miljard. In 2008 was dat 5 miljard. De belangrijkste beleidsthema’s zijn:

Thema Budget
Menselijke en sociale ontwikkeling (waaronder onderwijs, reproductieve gezondheid en bestrijding van aids) 1,7 miljard
Meer welvaart, eerlijkere verdeling en minder armoede 1 miljard
Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur 840 miljoen
Bescherming milieu 390 miljoen

Van het budget van 5 miljard in 2008 werd door het ministerie van Buitenlandse Zaken 4,3 miljard uitgegeven. Het resterende deel betrof onder meer afdrachten aan de EU, uitgaven van andere ministeries, schuldkwijtschelding en apparaatskosten.

Het overheidsbudget wordt voor het grootste deel verspreid via drie kanalen: het bilaterale, multilaterale en het particuliere kanaal. Het bilaterale kanaal omvat het geld dat rechtstreeks via de Nederlandse ambassades aan een beperkt aantal landen wordt gegeven. Momenteel gaat het om 40 zogeheten partnerlanden (zie onder).

Het multilaterale kanaal is de geldstroom die naar multilaterale organisaties gaat als de VN en de Wereldbank, die er vervolgens zelf weer ontwikkelingsprojecten mee financieren.

Bij het particuliere kanaal tenslotte gaat het om subsidies die de Nederlandse overheid geeft aan tientallen hulporganisaties als Oxfam Novib en Cordaid.

Een volledig overzicht van de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking (ODA) per beleidsterrein is te vinden in de zogeheten HGIS-nota van het ministerie van Buitenlandse Zaken (pagina 25 en 26). In het rapport Geldstromen Ontwikkelingssamenwerking (februari 2010) geeft de Algemene Rekenkamer een helder overzicht van de verschillende geldstromen.

Aan welke landen geeft de Nederlandse regering hulp?
Nederland heeft een ontwikkelingsrelatie met 40 landen, de zogeheten partnerlanden: Afghanistan, Albanië, Armenië, Bangladesh, Benin, Bolivia, Bosnië Herzegovina, Burkina Faso, Colombia, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Georgië, Ghana, Guatemala, Indonesië, Jemen, Kaapverdië, Kenia, Kosovo, Macedonië, Mali, Moldavië, Mongolië, Mozambique, Nicaragua, Oeganda, Pakistan, Palestijnse Autoriteit, Rwanda, Senegal, Sri Lanka, Suriname, Tanzania, Vietnam, Zambia en Zuid-Afrika.

Soedan, Congo (DR), Burundi en Kosovo (onder internationaal bestuur) zijn recentelijk toegevoegd aan de lijst partnerlanden. De ontwikkelingsrelatie met Bosnië-Hercegovina, Eritrea, Sri Lanka, Albanië, Armenië, Kaapverdië en Macedonië (FYR) zal de komende jaren worden afgebouwd.

Verder gaat via organisaties als de VN, Wereldbank en EU (ook wel het multilaterale kanaal) genoemd ook Nederlands geld naar andere landen dan de 40 partnerlanden waar Nederland bilaterale hulp aan geeft.

Wat geven andere landen?
In 2009 maakten Zweden (1,12% van het BNP), Noorwegen (1,06) Luxemburg (1,01), Denemarken (0,88) en Nederland (0,82) naar verhouding het meest vrij voor ontwikkelingssamenwerking. Ter vergelijking: Japan en de VS besteedden in dat jaar ongeveer 0,2% van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking. Ook Spanje (0,46), Duitsland (0,35) Frankrijk (0,46) en Italië (0,16) scoren een stuk lager. In absolute aantallen spendeert de VS veruit het meest met ruim 28 miljard dollar. Zie OECD voor een landenoverzicht van de uitgaven in 2009 en een overzicht van de totale uitgaven sinds 1950 (excel) aan ontwikkelingssamenwerking.

Naar verwachting zal in 2010 ook België zich in de rij van landen scharen die minimaal 0,7% van het BNP vrijmaken voor ontwikkelingssamenwerking. Zie OECD voor de projecties voor 2010.

Wat geven de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties?
De 73 grotere ontwikkelingsorganisaties gaven in 2008 samen ongeveer 850 miljoen euro uit. India, Indonesië en Soedan ontvingen het meest. Het CIDIN (universiteit Nijmegen) heeft samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken een database ontwikkeld, waarin per land en per ontwikkelingsorganisatie inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel geld wordt uitgegeven. Ga daarvoor naar www.ngo-database.nl.


Pagina laatst bijgewerkt: augustus 2010