Jargon verklaard
In de wereld van de internationale samenwerking wordt veel vakjargon gebruikt, dat voor buitenstaanders soms lastig te begrijpen is. Hieronder wordt een aantal veelvoorkomende begrippen uitgelegd en aangevuld met relevante links naar meer informatie. Accra agenda
Op 4 september 2008 kwamen in Accra (Ghana) donorlanden en ontwikkelingslanden bij elkaar om te praten over een vervolg op de Parijse agenda van 2005. Er is afgesproken is dat er een einde moet komen aan de versnippering van de hulp. Donoren hebben zich in Accra verplicht de helft van alle hulp voortaan rechtstreeks te geven aan regeringen van ontwikkelingslanden en niet langer aan afzonderlijke projecten.
De ontwikkelingslanden op hun beurt moeten preciezer aangeven hoe de hulp is uitgegeven en welke resultaten er zijn geboekt. Daarnaast is overeengekomen dat er meer geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van de economie door betere samenwerking met het bedrijfsleven. De overheden zullen bovendien meer werk maken van corruptiebestrijding. Meer info: OECD en ministerie van Buitenlandse Zaken. Alignment
Alignment houdt in dat donoren de hulp in lijn brengen met het beleid en de procedures van de ontwikkelingslanden. Alignment is een van de kernpunten van de Verklaring van Parijs.
Begrotingssteun / Budget support
Algemene begrotingssteun is hulpgeld dat door een donorland rechtstreeks naar de staatskas van een ontwikkelingsland wordt overgemaakt. Bij sectorale begrotingssteun gaat het om geld dat rechtstreeks naar een bepaalde sector gaat, bijvoorbeeld onderwijs. Meer info: Algemene begrotingssteun en Kamerbrief begrotingssteun.
Beleidscoherentie
Overheden van ontwikkelde landen moeten voorkomen dat ze met de ene hand hulp geven en met de andere hand de effecten daarvan teniet doen. Liefst versterken beleidsterreinen elkaar wederzijds. Dat is beleidscoherentie voor ontwikkeling: het streven naar optimale samenhang tussen uiteenlopende beleidsterreinen vanuit het perspectief van armoedebestrijding. Meer info: ministerie van Buitenlandse zaken.
Bilaterale hulp
De overheid verdeelt het budget voor ontwikkelingssamenwerking over drie kanalen: het bilaterale kanaal, het multilaterale kanaal en het particuliere kanaal. Het bilaterale kanaal omvat het geld dat rechtstreeks via de Nederlandse ambassades aan een beperkt aantal landen wordt gegeven. Momenteel gaat het om 40 zogeheten partnerlanden.
Capaciteitsopbouw
Met capaciteitsopbouw (of de Engelse term capacity building) wordt een leerproces bedoeld waarin mensen, organisaties en samenlevingen hun mogelijkheden vergroten. In het kader van internationale samenwerking gaat het dan vaak over het vergroten van mogelijkheden om ontwikkelingsproblemen op te lossen.
Capaciteitsopbouw beperkt zich niet tot steun aan overheidsdiensten, maar bevat ook steun aan het maatschappelijk middenveld en aan de dialoog en samenwerking tussen verschillende ontwikkelingspartners. Meer informatie: Werken aan capaciteitsopbouw en PSO capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden. DACDGIS
Staat voor Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking, een van de drie directoraten van het ministerie van Buitenlandse Zaken. DGIS is verantwoordelijk voor het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid en voor de coördinatie, de uitvoering en de financiering daarvan. Ook de directeur-generaal wordt op het ministerie DGIS genoemd. Meer info: Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Donorharmonisatie
Met donorharmonisatie wordt bedoeld dat donoren de coördinatie van de hulp vastleggen in concrete afspraken. Het gaat dan om harmonisatie van zowel beleid als financiële procedures. Zie ook Parijse agenda.
Exportkredietschulden
Als het Nederlandse bedrijfsleven wil exporteren naar ontwikkelingslanden kan het de betalingsrisicos van zijn transacties herverzekeren bij de Nederlandse staat. De risico’s van exporten naar en investeringen in ontwikkelingslanden zijn vaak dusdanig groot dat commerciële kredietverzekeraars deze alleen maar tegen onaanvaardbaar hoge premies kunnen overnemen.
Wanneer de exporteur niet wordt betaald, neemt de staat de vordering op het ontwikkelingsland over. Als het aankomt op schuldenkwijtschelding gaat dat niet ten laste van eerder betaalde premies, maar op rekening van ontwikkelingssamenwerking. Meer info: Fair politics en Both Ends. Fragiele staten
Fragiele staten zijn landen waar ernstige politieke en sociale spanningen grote negatieve gevolgen hebben voor de bevolking. De lokale overheid slaagt er niet in haar burgers te beschermen of is zelf schuldig aan het plegen van geweld tegen de bevolking. Er is sprake van wetteloosheid. Voorzieningen als wegen, onderwijs, gezondheidszorg en water zijn niet of nauwelijks aanwezig. Het gaat om landen als Afghanistan, Guatemala, Kosovo, Pakistan en Soedan. Meer info: Veiligheid en ontwikkeling in fragiele staten.
Gebonden hulp
Hulp op voorwaarde dat het ontvangende land de hulp op een door de donor bepaalde manier zal besteden. Hulpontvangende landen moeten bijvoorbeeld expertise of machines kopen uit het hulpgevende land.
Binding van de hulp staat haaks op het streven naar kwalitatief goede ontwikkelingshulp. Ontvangers zijn duurder uit dan wanneer ze zelf mogen kiezen waar ze hun geld besteden. Eind 2009 was nog circa 10 procent van het EU-budget voor ontwikkelingssamenwerking gebonden hulp. Meer info: Kabinet zet streep door gebonden hulp en ministerie van Buitenlandse Zaken. Goed bestuur / Good governance
Goed bestuur heeft te maken met het bevorderen van een onafhankelijke rechterlijke macht, eerlijke wet- en regelgeving en de bestrijding van corruptie. Goed bestuur wordt door donorlanden vaak als voorwaarde gesteld voordat wordt overgaan tot het geven van ontwikkelingshulp. Meer info: Handboek goed bestuur.
HGIS
HGIS staat voor Homogene Groep Internationale Samenwerking. De HGIS is een aparte budgettaire constructie binnen de rijksbegroting. In de HGIS worden de buitenlandactiviteiten van verschillende departementen gebundeld en in samenhang bezien. Zo wordt in één oogopslag duidelijk wat de belangrijkste uitgaven zijn die Nederland jaarlijks doet in het kader van Internationale Samenwerking. Uitgangspunt van de HGIS is het bevorderen van samenwerking en afstemming tussen de ministeries. Meer info: HGIS-nota 2010.
Human Development Index
Deze index rangschikt landen op basis van het inkomen per hoofd van de bevolking, levensverwachting bij geboorte en de alfabetiseringsgraad onder volwassenen. In 2009 voerde Noorwegen de lijst aan, met Nederland op de zesde plaats. Sierra Leone, Afghanistan en Niger staan onderaan de index. Meer info: UNDP.
MFS / Medefinancieringsstelsel
Via dit subsidiestelsel verdeelt de overheid een deel van het OS-budget over een aantal ontwikkelingsorganisaties. Deze organisaties dienen daarvoor om de vier jaar een subsidieaanvraag in. Van 2007-2010 liep MFS1, daarmee was in totaal 525 miljoen per jaar gemoeid. Vanaf 2011 gaat MFS2 lopen. Meer info: ministerie van Buitenlandse Zaken.
Micro-macro-paradox
Hiermee wordt bedoeld dat op microniveau via ontwikkelingsprojecten vaak wel resultaten kunnen worden getoond, maar dat de hulp niet van invloed lijkt te zijn op economische groei op macroniveau. De econoom Paul Mosley publiceerde in 1986 hierover Aid effectiviness: the micro-macro paradox.
Millenniumdoelen
In september 2000 tekenden 189 landen tijdens de Millenniumtop van de Verenigde Naties de Millenniumverklaring. Deze verklaring vormt de basis voor de millenniumdoelen, dat zijn acht internationale afspraken om armoede te bestrijden en gezondheid en milieu te verbeteren. Meer info: millenniumdoelen.nl
Monterrey-consensus
In 2002 werd in Monterrey (Mexico) door de internationale gemeenschap afspraken gemaakt over meer ontwikkelingshulp, schuldenverlichting, corruptiebestrijding en beleidscoherentie. Meer info: Monterrey consensus on Financing for Development en Monterrey erkent misstanden op wereldmarkt.
Multilaterale kanaal
De overheid verdeelt het budget voor ontwikkelingssamenwerking over drie kanalen: het bilaterale kanaal, het multilaterale kanaal en het particuliere kanaal. Het multilaterale kanaal is de geldstroom die naar multilaterale organisaties gaat als de VN en de Wereldbank, die er vervolgens zelf weer ontwikkelingsprogramma's mee financieren. Meer info: Beleidsnotitie over multilaterale ontwikkelingssamenwerking.
Ngo
Afkorting voor niet-gouvernementele organisatie. Een ngo is een organisatie die onafhankelijk is van de overheid en zich richt op een verondersteld maatschappelijk belang. Over het algemeen gaat het om organisaties die werken aan het bevorderen van milieubescherming, gezondheid, ontwikkelingswerk of mensenrechten.
ODA
ODA staat voor Official Development Assistence. Dit is de overdracht van gelden of middelen tegen zachte voorwaarden aan ontwikkelingslanden met als hoofddoel economische ontwikkeling en welzijn.
Het Development Assistence Committee (DAC) van de OECD (zie OECD) heeft daartoe een aantal richtlijnen opgesteld, criteria die bepalen welke uitgaven wel en welke niet ODA zijn. Zo is de training van politie in ontwikkelingslanden wel ODA, maar training van militairen in deze landen niet. Ook valt de eerstejaarsopvang van asielzoekers onder ODA. Al in de jaren 60 van de vorige eeuw spraken de rijke landen af om tenminste 0,7% van het BNP te besteden aan ODA. Meer info: officiële definitie ODA en Is it ODA? OECD / OESO
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (in het Engels OECD) houdt zich vanuit een wetenschappelijke invalshoek bezig met talloze onderwerpen die voor de economische en sociale ontwikkeling van landen van belang zijn. De OESO is gevestigd in Parijs en bestaat momenteel uit 31 overwegend welvarende landen. Meer info: OECD.
Ownership
Ownership betekent dat de overheid van het ontvangende land – en niet de donorlanden - de beleidskaders, de prioriteiten en de plannen van aanpak bepaalt. De arme landen krijgen daarmee meer zeggenschap over de wijze waarop het ontwikkelingsgeld wordt uitgegeven. Zie ook Parijse agenda. Meer info: OECD.
Particuliere kanaal
Het particuliere kanaal is een van de drie kanalen waarover de overheid het budget voor ontwikkelingssamenwerking (OS) verdeelt. Ongeveer een kwart van het totale OS-budget gaat naar het particuliere kanaal, daaronder vallen de ontwikkelingsorganisaties (ngo’s). De andere kanalen zijn het bilaterale kanaal en het multilaterale kanaal. Zie ook MFS.
Partnerlanden
Dit zij de landen waar de overheid een speciale ontwikkelingsrelatie mee heeft. De selectie wordt gemaakt op criteria als de mate van armoede, de kwaliteit van het bestuur, de omvang en toegevoegde waarde van de Nederlandse hulp en het Nederlands buitenlandbeleid.
Op dit moment zijn er 40 partnerlanden: Afghanistan, Albanië, Armenië, Bangladesh, Benin, Bolivia, Bosnië Herzegovina, Burkina Faso, Burundi, Colombia, Congo (D. Rep.), Congo (D. Rep.), Egypte, Eritrea, Ethiopië, Georgië, Ghana, Guatemala, Indonesië, Jemen, Kaapverdië, Kenia, Kosovo, Macedonië, Mali, Moldavië, Mongolië, Mozambique, Nicaragua, Oeganda, Pakistan, Palestijnse Autoriteit, Rwanda, Senegal, Soedan, Sri Lanka, Suriname, Tanzania, Vietnam, Zambia en Zuid-Afrika. Soedan, Congo (DR), Burundi en Kosovo (onder internationaal bestuur) zijn recentelijk toegevoegd aan de lijst partnerlanden. De ontwikkelingsrelatie met Bosnië-Hercegovina, Eritrea, Sri Lanka, Albanië, Armenië, Kaapverdië en Macedonië (FYR) zal de komende jaren worden afgebouwd. Meer info: Uitgaven per partnerland. Parijse Agenda / Verklaring van Parijs
In maart 2005 kwamen in Parijs ruim 100 landen bijeen om afspraken te maken over betere en efficiëntere ontwikkelingshulp. Zij pleitten onder andere voor meer ownership, alignment en betere donorharmonisatie.
Bij ownership gaat het erom dat donorlanden zoveel mogelijk ruimte geven aan het partnerland om zijn eigen doelstellingen te realiseren. Alignment houdt in dat donoren de hulp in lijn brengen met het beleid en de procedures van de partnerlanden. En met betere donorharmonisatie wordt bedoeld dat donoren de coördinatie van de hulp vastleggen in concrete afspraken. Het gaat dan om harmonisatie van zowel beleid als financiële procedures. Meer info: OECD en Vice Versa. Poverty Reduction Strategy Paper (PRSP)
Dit is een document waarin een ontwikkelingsland zijn plan om de armoede te bestrijden presenteert. IMF en de Wereldbank stelden dit vanaf 1999 als voorwaarde om voor schuldverlichting in aanmerking te komen.
Een PRSP moet aan vijf basisprincipes beantwoorden. Allereerst moet zij aangestuurd zijn door het land zelf, met een actieve participatie van maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Zij moet resultaatgericht zijn en werken aan resultaten waar armen van profiteren. Een PRSP moet veelomvattend zijn, om rekening te houden met de vele dimensies van armoede en ook gebaseerd zijn op partnerschap, met een gecoördineerde input van bilaterale, multilaterale en niet-gouvernementele ontwikkelingspartners. Ten slotte moet een PRSP een langetermijnvisie op duurzame armoedebestrijding bevatten. Meer info: Factsheet PRSP en PRSP: een strategiedocument voor armoedebestrijding. Remittances
Geld dat migranten terugsturen naar hun (ontwikkelings)land van herkomst. In 2008 ging het om ongeveer 338 miljard dollar. Het meeste geld gaat naar Oost-Azië (in 2008 ongeveer 85 miljard dollar), Zuid-Azië (73 miljard) en Latijns-Amerika (65 miljard), veel minder gaat naar de armste regio Sub-Sahara Afrika (dat was in 2008 21 miljard dollar). Meer info: Worldbank.
|